Blog

Hiske Alting en Pauline Res schrijven elke maand samen met Yvonne van Almaren een nieuwe blog.

De zieke ezel

D. is pas zes jaar, als de dodelijke spierziekte bij haar ontdekt wordt.  Zij is de jongste uit een gecompliceerd gezin waar de oudste zoon meervoudig gehandicapt is en het middelste kind een autistische stoornis heeft. De ouders zijn verrassend sterk en evenwichtig en ook D draagt haar lot moedig. Ze weet dat ze niet oud zal worden. Op 25 jarige leeftijd overlijdt ze als jonge gerijpte vrouw. Haar vader vertelt over de engelen die haar enkele dagen voor haar dood in het ziekenhuis bezoeken. Verhalen die terugkomen tijdens de herdenking in de mooie oude kerk. Het meest van al maakt het gedicht indruk, dat ze zelf schreef en door een goede vriendin wordt voorgelezen:
Mijn lichaam is als een zieke ezel, steeds meer moet ik naar haar luisteren, in plaats van zij naar mij./ Zo goed als ze kan draagt ze mij en mijn lasten./ Maar ik mag steeds minder meenemen, we gaan steeds langzamer, en staan steeds langer stil, we komen niet zo ver en zijn steeds meer alleen met elkaar. / De dingen die ze vroeger deed kan ze niet meer, en ondanks dat ik al mijn tijd met haar doorbreng, ken ik haar nooit helemaal, ondanks dat ze niet doet wat ik zeg, doet ze alles voor mij, ze leidt mij waarheen ik moet gaan./
Dank je wel D. voor dit voorbeeldige gedicht.

"Stekkie"

J. was een jonge dementerende.  Voor ze ziek werd ging ze altijd de barricades op. Ze was van de generatie vormingswerk. En BOMmoeder: ze maakte een bewuste keuze voor het alleen opvoeden van haar dochter.  Die noemde ze haar 'stekkie'.
Haar stille dochter groeide op achter de brede beschermende rug van haar moeder. Misschien was zij wel erg alleen. De vriendinnen van haar moeder worden ook haar vriendinnen. Deze vriendinnen staan haar met raad en daad bij tijdens het voorbereiden van de uitvaart. De vriendinnen geven op de dag van de uitvaart een prachtig overzicht en inzicht in het politieke levensverhaal van hun fleurige vriendin. Haar kleurigheid werd geroemd, haar grilligheid gedoogd. Het is druk. Veel belangstelling uit professionele kring. Ondanks de 10 jaar waarin ze nu uit beeld is, zijn ze haar nog niet vergeten.

Levensverhaal

De laatste jaren is A. vooral mantelzorger voor zijn partner. Zorgen is zijn tweede natuur. Hij doet het graag en hij is er heel goed in. Als A. de schone was komt brengen vindt hij zijn partner levenloos op bed. Zijn partner heeft deze epilepsieaanval niet overleefd.  Het colaflesje (de suikershot) ligt ongeopend naast het bed op de grond. De paniek is in eerste instantie groot en mijn komst is dringend gewenst. Bij  binnenkomst maak ik kennis met de trouwe hulp in de huishouding. A. en de hulp, hebben zich het laatste jaar over K. ontfermt. Belangeloos vanuit een  goed hart. Samen bereiden we de uitvaart voor. De sociale kring is beperkt en het interessegebied wat klein. Het wordt een sobere uitvaart met een passend lied van de Zangeres zonder naam. Ik bied aan om het levensverhaal te schrijven. Dat wordt in dank aanvaard. Als ik het de volgende dag voorlees, komen de tranen. Het verhaal is precies goed. Ik mag het ook voordragen in de aula. Het geeft voldoening om op deze wijze te mogen bijdragen.

Rieten mand met bloemenzee

Ruim een week voordat zijn vrouw overlijdt komt W. op kantoor om het één en ander door te spreken. Hij wil graag een rieten mand en hij wil er zeker van zijn dat deze op de dag van overlijden ook voorradig is. Zijn vrouw ligt inmiddels in hospice Demeter. De zondag voor haar overlijden wordt haar verjaardag daar gevierd met beiden families. Op deze dag nemen zij in kleine groepjes afscheid van zijn vrouw.
Samen met zijn zus en schoonzus bereidt W. met ons de afscheidsbijeenkomst en begrafenis in Den en Rust voor. De vrouw van W. is sterk vermagerd en heeft erg geleden. Daarom besluiten we om haar niet meer op te baren. Op de kaart komt, naast de foto van hun favoriete plek in Zwitserland, een prachtig gedicht dat W. voor zijn vrouw heeft geschreven. Iedereen neemt een bloem mee. Op haar rieten mand ontstaat een bloemenzee. Na de bijeenkomst in de aula dragen we haar naar haar graf. Het is de eerste mooie dag van dit jaar en dat helpt een beetje bij het enorme verdriet dat W. heeft om het verlies van zijn maatje waarmee hij 40 jaar samen was.

De buurt als vangnet

B. een man in de kracht van zijn leven, merkt in december dat hij moeite heeft met rekenen en schrijven. Hij blijkt een hersentumor te hebben. Binnen 3 maanden overlijdt hij.  Niet te bevatten voor zijn vrouw en dochter (17 jaar). Alles is veel te snel gegaan. Ze wonen in een buurtgemeenschap in Bunnik. Deze buurt biedt meteen een vangnet van steun en zorg. De buurvrouw is ervaringsdeskundige. Twee jaar geleden  verloor zij haar man door een fietsongeluk. Twee  buren, nu beide weduwe,  door het lot samen gebracht. De één neemt de ander bij de hand. De buurtgenoten brengen eten en zetten bloemen op de oprit. Op de uitvaart is de buurt present met een prachtig bloemstuk. Het kerkje van Bunnik is afgeladen vol. De dochter van B. speelt zachtjes op de gitaar en we zien foto’s van een gelukkig klein gezin, B met z’n twee vrouwen. We gaan B. begraven op begraafplaats Soestbergen en daarna terug voor de condoleance in Bunnik.

Een aandoenlijke stoet van grote schoonheid

Op voorspraak van de dominee word ik uitgenodigd in Geldermalsen. Aan de gezellige keukentafel spreek ik met T. en zijn dochter. De vrouw des huizes zal die middag thuis komen uit het ziekenhuis. Zij is ernstig ziek. T. heeft de organisatie van de uitvaart al helemaal doordacht. Een maand geleden hebben hij en zijn vrouw twee graven gekocht op de natuurbegraafplaats Heidepol. T. praat veel, de zakelijke nuchterheid die hij tentoonspreidt, wordt gelogenstraft door het feit dat hij zichzelf vaak herhaalt. Hij probeert het ongewisse van zijn situatie te bezweren met woorden. Als zijn vrouw thuiskomt verbaas ik me over haar levendigheid, ondanks de prognose dat ze niet lang meer te leven heeft. Twee weken later vindt haar uitvaart plaats op de natuurbegraafplaats in familiekring op een zonovergoten dag. Met de loopkoets brengen we A. naar haar laatste rustplaats. Voorop de dominee in haar witte habijt, dan de loopkoets die door het rulle zand door de zwoegende broers wordt voortgetrokken. De kleine meisjes hebben gevraagd of ze mee mogen liften op de koets en zitten naast de kist in hun witte jurkjes. Bij elkaar is het een aandoenlijke stoet van grote schoonheid.

Nieuwe herinneringen

Beide kinderen wonen in het buitenland, de zoon zwerft over de wereld en de dochter runt een druk zomerbedrijf in Frankrijk. Een jaar eerder komen broer en zus langs om te praten over de uitvaart van hun 98-jarige moeder. Het kan gebeuren dat geen van beiden in de gelegenheid is om de uitvaart van hun moeder bij te wonen. We bereiden de uitvaart zover voor dat ik hem in mijn eentje kan uitvoeren. Gelukkig loopt het anders. Zoon en dochter zijn ze op de dag van de uitvaart allebei aanwezig. Het wordt een intieme bijeenkomst. Rondom de kist worden herinneringen opgehaald aan hun moeder. Ze was een rebelse vrouw, een officiersdochter met een gebroken geweertje. We luisteren naar De Internationale. De zachte kanten van deze vrouw worden in het licht gezet door een nichtje. Zij verloor haar moeder jong en vond een tweede moeder in E. Haar verhaal verrast zoon en dochter en zo nemen zij nieuwe herinneringen en indrukken mee naar de verre oorden waar ze naar terug gaan. We weten dan nog niet dat onze wegen zich spoedig weer zullen kruisen.

Uit het Brabantse

Maandag belt dochter M. dat zij graag een gesprek met ons wil. Haar moeder zal binnenkort overlijden. Sneller dan verwacht is het zover. De volgende dag overlijdt zij in het Bartholomeus Gasthuis, waar zij al 3 jaar woonde. Bij de besprekingen zijn alle zes de dochters, een kleindochter en vriendin aanwezig. De dochters zijn opgegroeid in Brabant. Ondanks de overdaad aan vrouwen, verlopen de besprekingen goed en redelijk efficiënt. “Ons moeder” is katholiek opgegroeid maar de dochters willen geen katholieke mis. Ik stel voor om Esther Nelemans te vragen. Zij kan in het afscheid voorgaan en elementen inbrengen die hun moeder mooi had gevonden. Een schot in de roos, want Esther blijkt moeder te kennen en komt zelf ook uit het Brabantse.
Het afscheid vindt plaats in de kapel van St. Barbara, daarna wordt ze bijgezet in het graf van haar man. Alle dochters en de kleindochter leveren een bijdrage met een verhaal of gedicht. Eén van de dochters bedankt mij met de woorden dat het een “keigoed” afscheid was.

Stoelendans

Meneer B. is 97 jaar geworden. Zijn drie volwassen kinderen hebben wel even moeten schakelen. Hun oude vader is na het overlijden van hun moeder, nu drie jaar geleden, stapelverliefd geworden op een oude jeugdliefde. Zij zijn zelfs nog in het huwelijksbootje gestapt. Een uniek verhaal dat de krant zelfs haalt. De kinderen van weerszijden vormen nu tot hun eigen verrassing een samengesteld gezin. Een ingewikkelde situatie, de families kennen elkaar immers nog maar net. Als de kaart al gedrukt is, blijkt een overleden broer er niet op te staan – het is in eerste instantie niemand opgevallen. De kaart moet opnieuw. De uitvaart vindt plaats in de kapel op de begraafplaats. We hebben op de eerste rij stoelen gereserveerd voor de naaste familie. Ooms, tantes en aangetrouwde familie van beide zijden beroepen zich erop dat ze ook tot de naaste familie behoren. Een stoelendans ontstaat aan het begin van de uitvaart voor het oog van de aanwezigen die al in de kapel zitten. Ik laat het maar gebeuren. Uiteindelijk komt het tot mijn verbazing toch goed. Het is een wat rommelige uitvaart. De zoon bedient de muziek vanaf zijn IPod en moet hiervoor steeds naar voren lopen, waar de geluidsinstallatie staat. In de tijd die dat kost, vertel ik naar welke muziek we gaan luisteren. Twee keer krijgen we iets heel anders te horen. Hmm, zoveel losse eindjes zijn we niet gewend.

Competent

Op ons kantoor aan het Geertekerkhof praat ik met m’n collega na over de feestdagen die alweer achter ons liggen. Het is niet heel koud, toch draaien we de verwarming een graadje hoger. De Geertekerk staat er mooi bij. De kerk die al zoveel uitvaarten waardig dienst heeft gedaan. Wat is ze daar toch goed in.

Weet je nog? We denken terug aan die januarimaand een paar jaar geleden. Het jaar ervoor kwam een vrouw naar ons kantoor om haar uitvaart te regelen. Ogenschijnlijk niets aan de hand. Competente dame, wethouder geweest in een grote stad en nu gemeentesecretaris in haar eigen woonplaats. Zelfstandig was ze, geen partner of kinderen en had daarom besloten haar uitvaart in handen te geven van een executeur van een humanistische stichting. Aan mij liet ze de praktische uitvoering over. We hadden nog twee keer contact dat jaar en begin januari ging ik naar haar toe, omdat ze nu hard achteruitging. In haar lievelingsstoel trof ik een klein hoopje mens. Voor haar hoefde het niet meer, slechts wachten restte haar en hopen op een milde dood. Toen haar arts haar enkele weken later hielp, stond het draaiboek voor haar uitvaart klaar. Een besloten en stijlvolle uitvaart, van en voor deze vrouw die het allemaal zo goed wist te regelen, in de vertrouwde Geertekerk, die opnieuw haar diensten bewees.

FacebookTwitterGoogle BookmarksLinkedin